Nieuws‎ > ‎2015‎ > ‎

VIER INGELMUNSTERSE JEUGDRENNERS INTERVIEWEN YVES LAMPAERT, WINNAAR VAN IZEGEM KOERS 2014

Geplaatst 5 sep. 2015 08:20 door Steven Leeman



INGELMUNSTER - Yves Lampaert, uittredend winnaar van Izegem Koers, bij hem thuis op de boerderij in Ingelmunster vinden is geen makkelijke opdracht, want de jonge Etixx-Quick.Stepper is een druk gesolliciteerd renner. Toch vonden wij hem bereid om geïnterviewd te worden door vier koersende dorpsgenoten die stuk voor stuk naar hem opkijken : Lennert Cappan, Mathias Mahieu, Jan-Emiel Tack en Yenco Vanwalleghem.


DOOR JULIEN CLUYSE

Lennert Cappan, kersvers Belgisch kampioen bij de nieuwelingen, mocht de spits afbijten.

Lennert : “Wanneer ben je beginnen te koersen ?”

Yves : “Ik begon als eerstejaarsjunior in 2008 (daarvoor deed hij judo, red.) en jeunde me meteen. Tot op vandaag heb ik niet de minste spijt van mijn beslissing toen. Aanvankelijk was het voor mij een soort van spielerei, maar toch stak ik elk jaar een tandje bij op gebied van verzorging, training en tactiek. Ik merkte dat het lekker liep en slaagde erin om meteen vlot uit te rijden. In mijn eerste jaar als junior behaalde ik drie tweede plaatsen, het jaar daarop won ik in Lendelede.”

“Als je begint te koersen, moet je het eerst zien als een spelletje. Je moet vooral plezier beleven. Uitslagen zijn minder van belang. Het komt erop aan ervaring op te doen en leren de koers zelf te lezen. Je zult uiteindelijk vaststellen dat je veel verkeerde beslissingen neemt en vaak met de kop tegen de muur loopt, maar daar leer je heel veel uit.”

Yenco : “Hoe kijk je terug op je jeugdcarrière ?”

Yves : “Het wielrennen beschouwde ik in de beginperiode als een soort ontspanning. Ik ben eigenlijk pas doorgebroken als eerstejaarsbelofte. Ik werd toen clubkampioen bij Soenens en stelselmatig heb ik een tandje bijgestoken op vlak van training en verzorging. Als derdejaarsbelofte won ik al acht interclubs. Toen werd ik gecontacteerd door Walter Planckaert en ben ik twee jaar bij Topsport Vlaanderen-Baloise gebleven. Een heerlijke tijd.”

Jean-Emiel : “Hoe zag het financiële luik eruit toen je begon te koersen ?”

Yves : “Aanvankelijk was ik volledig afhankelijk van mijn ouders. Zij hebben alles bekostigd, maar het was wel zo dat ik tussen de studies door thuis ook de handen uit de mouwen stak. Mijn prijzengeld werd besteed aan de aankoop van wat wieleraccessoires. Gelukkig vond ik al heel snel een ploeg die me een fiets ter beschikking stelde. Ook de wielerstages die ik
mocht volgen, werden door mijn ouders betaald. Ik had ook geen tijd om elders wat bij te klussen, omdat ik in mijn schaarse vrije tijd thuis meewerkte.”

Yenco : “Waarom viel je keuze op Etixx-Quick.Step en niet op Trek waar je ook heen kon ?”

Yves : “Ik geef toe dat het een moeilijke keuze was. Velen waren de mening toegedaan dat ik bij Etixx-Quick.Step nagenoeg geen kansen zou krijgen om mijn eigen kans te gaan. Omdat ik al voor de jeugdploeg van Etixx-Quick.Step reed, was het wellicht to wat evidenter om hier verder te gaan. Dat maakte de overstap naar mijn huidige ploeg immers een stuk gemakkelijker. Eigenlijk ben ik heel content met mijn keuze, al moet ik toegeven dat Trek ook niet slecht was geweest. En dat van je eigen koers mogen rijden, dat is iets wat je binnen de ploeg moet afdwingen. De ploegleiding is ook niet blind en men weet ook wel wanneer je het verdient om als kopman te mogen starten.”

“Koers kan heel hard zijn, maar het boerenleven is volgens mij harder”

Lennert : “Houd jij er voor elke wedstrijd vaste gewoontes op na ?”

Yves : “Eigenlijk niet. Ik heb geen vast ritueel waarmee ik aan een koers begin. Ik ben ook helemaal niet bijgelovig. Zo van die dingen als het zoutvat doorgeven en wanneer het omvalt er ongeluk zou volgen bij hem die het vat liet vallen, daar geloof ik niet echt in. Wel is het zo dat ik nooit het zoutvat van iemand aanneem, maar dat doe ik nu eerder uit voorzorg. Ook eten voor de wedstrijd doe ik niet meer. Voor een koers die om 11 uur start, neem ik een uitgebreid ontbijt. Dat moet volstaan.
Vroeger was dat kip met rijst. Ik eet nu zelfs een pakje friet na de  wedstrijd, maar niet altijd.”

Jan-Emiel : “Wie geeft er de fiets na de koers een poetsbeurt ?”

Yves : “Ik beschik over drie fietsen : een tijdrit-, een weg- en een trainingsfiets. Voor het poetsen zorg ik zelf, maar voor het op punt stellen ga ik langs bij een fietsenmaker uit Pittem.”

Mathias : “Wat is je lievelingstaartje ?”

Yves : “Als ik eclairs zie, kan ik daar niet afblijven. Vooral op training worden er nogal wat naar binnen gewerkt. Het is een lekker gebakje dat heel veel suikers bevat. Jammer dat ze in koers bij mijn ploeg die taartjes niet hebben. Bij de meeste ploegen zijn dat rijsttaartjes.”

Mathias : “Wat is er harder : het boerenleven of het leven van een renner ?”

Yves : “Leuke vraag, omdat ik op een boerderij woon. Kijk, een koers kan heel hard zijn, maar volgens mij is het boerenleven nog een stukje harder. Je moet er  elke dag staan en als boer word je niet altijd voor je werk beloond. Ik weet dat je als prof een beetje moet leven als een kluizenaar en veel leuke dingen zoals uitgaan moet laten, maar ik doe het graag.
De wielrennerij geeft me nu ook de kans om een stukje van de wereld te verkennen en dat heb je bij het beroep van landbouwer niet.”

Lees meer over Izegem Koers op de lokale pagina's 20-21 van De Weekbode Izegem.

Comments