Nieuws‎ > ‎Vroeger‎ > ‎

1930-03-08 - Izegemse sportgloriën van weleer : Rik Denijs

Rik Denijs geflankeerd door H.Tavernier na een zegepraal te Lauwe.


Op 18jarige leeftijd eerste grondslagen voor een mooie loopbaan

Rik Denijs, op de identiteitskaart Henri Denijs, werd geboren op 8 maart 1930. Hij was de zesde telg uit een Emelgems gezin van dertien. Dat verklaart zijn visie op het rennersleven. Het is een keiharde stiel en de weg naar de top vergt vele opofferingen. Dit legt ook de ernst uit waarmee Rik Denijs zich op het koersen toelegde. Hij deed zijn debuut in 1948, op 18-jarige leeftijd. Dat was betrekkelijk laat, naar hedendaagse normen gemeten. Koersen betekende echter minder geld in het bakje van de ouders zodat Rik Denijs speciaal zijn best deed om zoveel mogelijk prijzen weg te kapen en thuis zijn steentje bij te dragen, temeer daar een tijdje na dat hij begon te koersen, Denijs gekonfronteeerd werd met de dood van zijn vader.

Samen met de gebuurs

Voor Rik Denijs begon het wielerepos niet met een innerlijke onbedwingbare drang. Het verlied volgens een patroon dat we wel meer aantroffen in de intimiteit van de vroege vijftiger jaren, toen iedereen in de zomer s'avonds nog voor het huis zat te kaarten of een babbeltje te slaan. In het gebuurte bij Denijs waren er enkele mensen door de koersmikrobe gebeten. Rik Denijs liet zich overhalen om ook zijn kans te wagen. Grote bewerker daarvan was Gabriël Stragier. Met een vergunning voor beginnelingen op zak stortte Denijs zich hals over kop in het avontuur. Van zijn eerste koersen heeft Denijs nog speciale herinneringen aan de koers te Harelbeke. De koers werd een ongekend toppunt. 123 deelnemers boden zich aan. Met 60 gingen ze gegroepeerd de laatste ronde in. Gabriël Stragier riep zijn pulain toe zijn kans te wagen. Denijs nog fris als een hoentje, sprong weg en won de wedstrijd met een 5-tal meter voorsprong. Denijs reeds 1 jaar bij de beginnelingen. Daarna deed hij de stap naar de liefhebbers. Dank zij het nauwkeurige werk van Kamiel Viane, die in de beginjaren van de loopvaan van Denijs de resultaten bijhield, kunnen we ons nog een scherp beeld vormen van de prestaties van Denijs bij de beginnelingen. In 1948 won Denijs er 10 koersen. In 1949 reeds ij enkele koersen bij de nieuwelingen en stapte daarna over naar de liefhebbers.

Bij de liefhebbers

Bij de liefhebbers zou Rik Denijs misschien wel de mooiste periode uit zijn rennersleven meemaken. Hij vertoefde 2,5 jaar in de rangen der amateurs en werd 2 keer geselecteerd voor het wereldkampioenschap. Zijn eerste wedstrijd bij de amateurs reed hij te Lendelede. Denijs werd er zo mar uit de wielen gereden. De volgende konfrontatie verliep al stuken beter en bij zijn derde wedstrijd eindigde hij tweede. Te Meulebeke versloeg Boudewijn Devos hem in een spurt met twee. In 1949 flitste Denijs nog zesmal als primus over de meet. 1950 werd een kompleet sukses voor de 20-jarige Denijs. Hij behaalde 14 eerst, 9 tweede en 7 derde plaatsen. Zijn machtig rijden werd door de BWB niet over het hoofd gezien en Denijs werd geselecteerd voor het wereldkampioenschap te Moorslede, hetzelfde jaar dat Brik Schotte bij de professionals de titel wegkaapte. Te Moorslede stond Dame Fortuna echter niet aan de zijde van de Izegemnaar. Na honderd km sloeg de tube af, Denijs maakte een tuimelpartij en reed de koers uit op een fiets die hem helemaal niet paste. Het was trouwens niet de enige keer dat Denijs door pech van een goede prestatie afgehouden werd.
Rik Denijs : Overwinnaar te De Panne


De Koning der Belgische liefhebbers

In 1951 was Denijs onbedreigd koning der liefhebbers. Hij kaapte eventjes 34 overwinningen weg. De tweede op de ranglijst André Noyelle en Alfons Jacobs hadden er elk 19. In dezelfde rangschikking vinden we nog Miel Severeyns (17), Rik Vanlooy (11) Marcel Janssens, de toenmalige kampioen van België (7) en Jef Schils (5).

Rik De Pechvogel

Ondanks zijn briljant palmares in 1951 kreeg Denijs ook weer zijn deel van het noodlot. Toevalligerwijze sloeg de Zware hand nogal dikwijls in belangrijke wedstrijden toe. Zo kwam Denijs er in het wereldkampioenschap te Varèse weinig aan te pas omdat hij net zoals te Moorslede het jaar voordien door pech geremd werd. Op een gelijkaardige manier moest Denijs de Ronde van België aan Noël Malfait laten. Denijs had de hele ronde gedomineerd en was leider met 18 sekonden voorsprong. Op enkele kilometers van het einde van de slotrit was hij ervan ondergemuisd. Er was geen vuiltje aan de lucht en Denijs snelde klaarblijkelijk naar de eindzege. Op 1km van de meet had Denijs echter een lekke band. In een wanhoopspoging reed hij op een platte tube erder, maar hij brak zijn wiel en de ronde was foetsie. Het rijtje kan verder gezet worden met de "Ster der Liefhebbers". Dit was destijds een zeer gewaardeerde koers waar internationale belangstelling voor bestond. In de tweede rit zat het er bovenarms op en net toen Denijs zich in het debat wilde mengen brak hij zijn kader. Hij liep die dag binnen met een achterstand van 25 minuten. Toch sloot Denijs de ronde nog af op de 8e plaats. Zijn achterstand had hij weten te reduceren tot een kleine 8 minuten. Een echt huzarenstukje. Daartoe had Denijs de eerste en de vierde rit moeten winnen en was hij in de derde etappe tweede geëindigd. De laatste rit van die ster eindigde te Deerlijk. De afstand bedroeg 150km. Na 75km noteerden we een achttal op kop. Denijs schudde even aan de boom en kwam met Vergauwen alleen op kop. Over de Kluisberg, Kwaremont verbreedde de kloof maar steeds en bij het binnenrijden van Deerlijk moest Vergauwen begeven. Denijs snelde in solo naar de terminus. Over zijn prestatie schreef de gekende sportjoernalist Willem Van Wijnendaele : "Wij geloven niet dat iemand ons zal tegenspreken als wij beweren dat de Emelgemnaar in zijn geheel de beste renner uit de Ster is geweest en dat hij, zonder die kaderbreuk nooit zou verloren hebben. Denijs "De geweldenaar" zou ze zelfs gemakkelijk gewonnen hebben".
Denijs was ook een topfavoriet voor de Belgische driekleur. Onkans verhinderde hem echter een wezenlijke rol te spelen in het kampioenschap 1951.
Het seizoen '51 was echter ondanks zin schaduwzijde briljant geweest en het volgende jaar waagde Denijs de stap naar de destijds vrijbuiters van de wielerwereld : De onafhankelijken.
Rik Denijs... even poseren voor een volgende zegepraal


Denijs had altijd prijs

Op het einde van het seizoen 1951 schreef Jerome Stevens over Rik Denijs : "Zo indrukwekkend is zijn triomfreeks dat veel bevoegdheden op wielergebied zich afvragen of de vinnige Flandrien soms geen weerbots te duchten heeft van zijn kolossale bedrijvigheid". Denijs reed inderdaad veel. 85 wedstrijden in 1951. Een anekdote mag de koersijver van deze bezige bij onderstrepen. Na het wereldkampioenschap te Varèse treinde Denijs direkt terug naar Gent. Daar deed hij autostop naar Hulste waar er een wedstrijd was. Hij kwam net op tijd toe. De start werd een kwartiertje uitgesteld en enkele uren later stond Denijs als winnaar op het ereschavotje. Hij had in 48 uren niet meer geslapen.

Bij de onafhankelijken

De bedrijvigheid van Denijs werd vanzelf getemperd bij de onafhankelijken. Voor deze verplichte overgangskategorie stonden niet zoveel wedstrijden op het programma en vele ervan hadden dan nog in de Walen plaats. Toch was het voor Denijs weer een "boerejaar". Hij reed negen viktories bij mekaar, eindigde tweede in het kampioenschap van België na Jan Devlack en reed bovendien een uitmuntende ronde van België in een internationaal gezelschap. Deze ronde werd gewonnen door Jean Branckaert. Ook André Vlaeyen, Jan Adriaensens en Jean Stablinski waren onder de deelnemers. Rik Denijs eindigde zevende en won de derde rit te Wezet over 195km. Deze derde etappe was een zeer bewogen gebeurtenis. Stablinski werd eruit de leiderszetel gewipt en Rik Denijs won de spurt van het vluchtersgroepje nadat in de laatste bocht Devalck tegen de vlakte ging. De voornaamste rivaal van Denijs bij de onafhankelijken was Leon Vandaele, die in de spurt nogal dikwijls een ietsje vlugger was dan de Emelgemse hardfietser.

Bij de beroepsrenners

Op het laatste van het seizoen '52 deed Denijs de stap naar de beroepsrenners. Hij maakte een geslaagde entrée. Zijn eerste koers was het kampioenschap van Vlaanderen te Koolskamp. Denijs eindigde er vierde. Arsène Ryckaert won toen de leeuwentrui. Bij zijn tweede koers had de Emelgemnaar al raak geschoten. Zijn eerste overwinning in 's lands hoogste kategorie was binnen. Ook te Vichte won Denijs na een heroïsche strijd met Marcel Demulder. Verschillende insiders voorspelden Denijs een briljante loopbaan. Jerome Stevens zag in hem "een crack die België zo broodnodig heeft om internationale klassiekers te veroveren en het getaand blazoen op te smukken". Karel Van Wijnendale sprak over een "volbloed met een grote toekomst, die echter op moest letten voor ontgoochelingen want bij de beroepsrenners werd er anders gekoerst". Van Wijnendale heeft gedeeltelijk gelijk gehad. Denijs is ergens blijven hangen. Hij heeft een palmares bij mekaar gefietst dat velen hem zouden benijden. Toch heeft hij nooit een topkoers gewonnen. Voor een man die we nooit als aktief renner gekend hebben, maar waar de kranten getuigen dat hij een echte klasbak was, is wel verwonderlijk. Was hij een kombine onder renners was het de begeleiding, was het louter toeval os was het dan weer dat tikje geluk dat ontbrak. Men zou geneigd zijn dit te geloven. In de klassieker Parijs-Brussel sprong Denijs in de laatste ronde weer. Hij behaalde veel van zijn overwinningen op zo'n wijze. Toen werd hij echter andermaal door het noodslot gedwarsboomd. In de ultieme ronde had hij een lekke band en hij moest zich tevreden stellen met een derde plaats na Vandaele en Adriaensen. Als Parijs-Brussel weer gereden wordt moet de lezer maar eens de erelijst raadplegen. Hij zal er de naam van Denijs terugvinden. Ook Kortrijk in het kampioenschap van België bemachtigde Denijs eens een derde plaats na André Vlaeyen en R. Verplaebe. Tot de meest sprekende overwinningen van Denijs behoren : 2 keer BRussel-Izegem respektievelijk voor Leon Vandaele en Germain Dericke; de omloop van de 2 provinciën te Avelgem;Kuurne ; Brussel - Kuurne voor Willy Vanest en Briek Schotte; en de Omloop van Oost- en Midden-Vlaanderen te Deinze voor Anré Rosseel en Maurits Meirsman.

Slot

Denijs heeft dus beslist een mooie karrière uitgebouwen. Toch beweert hij dat hij er niet meer zou aan beginnen. Maar aan de andere kant klopt zijn koereurshart als hij over zijn oudste zoon spreekt. Denijs was een bijzonder populaire renner. Hij had een supportersklub van ongeveer honderd leden. Onder zijn trouwste supporters waren zijn huidige werkgever Jozef Mesure, M. Plancke, patroon van de "Wagenmakerij"; Cyriel Stragier, M.Daneels, K.Viane, R.Vanzieghem, G.Goddeeris, D.Muller en Gabriël Stragier, om moeder Denijs niet te vergeten. Aan al deze mensen richt Denijs nu nog een woordje van dank om wat ze destijds voor hem gedaan hebben.